Thuis in de homestay


Tijdens de laatste week van mijn verblijf in Ladakh wil ik nog één keer een fatsoenlijke wandeling maken. Het liefst in de prachtige Markha vallei, maar die is niet bereikbaar omdat alle toegangswegen zwaar beschadigd zijn door regen. Dus wordt het een trekking door de Sham vallei. Ook dat is een parel. Overdonderende landschappen, groots, kaal met soms een groene of zelfs roze gloed over de bergen door de begroeiing.

De kleine geïsoleerde dorpjes de je passeert, brengen je terug naar een ander tijdperk. De enkele tientallen inwoners communiceren met elkaar in het voorbijgaan op de onverharde paadjes of door vanuit de ramen van hun huizen op elkaar te schreeuwen. Daardoor lijkt het alsof het hele dorp ruzie heeft. Na een poosje raak je eraan gewend en is het eigenlijk heel gezellig, dat brullen naar elkaar. Een beetje als moeder die vanuit het keukenraam haar voetballende jongens roept omdat het eten klaar is. Maar dan de hele dag door.

In de namiddag brengt gids Otsal ons naar een homestay in het dorpje Yangtang. Een homestay betekent dat je bij een familie mag eten en slapen voor de prijs van een ons snijworst. Vanuit de woonkamer wordt hier ook naar de buren gegild maar er staat verrassend genoeg ook een telefoon. Die wordt alleen gebruikt om naar ver weg te bellen. En dat valt nog niet mee. De meeste gesprekken verlopen als volgt: "Hallo? Hallo.... Hallo? Hallooo.. Hallo. Hallo. Hallo... Halloo? Hallo”.

Bij de familie is het erg fijn. Terwijl opa de melk karnt, maakt zijn dochter het eten klaar. Ondanks het beperkte aantal ingrediënten is de maaltijd heerlijk. Rijst met een groentecurry, chapati brood, pickles en een kop thee. De vrouw des huizes blijft opscheppen en als je je bord blijft leeg eten heb je er aan het einde van de avond 18 op.

Mensen vragen me wel eens hoe je in dit soort situaties met elkaar communiceert. Dat is veel eenvoudiger dan het lijkt: Samen foto’s kijken is altijd leuk; met een lach en wat hummende geluiden maak je duidelijk dat het eten lekker is; als je heel geïnteresseerd bij opa gaat zitten mag je zelf meekarnen en met de kindjes kun je heel gemakkelijk taalloos spelen.

Soms moet je wat meer je best doen. In een uithoek van Myanmar heb ik wel eens moeten uitleggen dat ik vanuit mijn land met een bus met vleugels was vertrokken. Dan sta je dus in een hut met de armen gespreid het geluid van een vliegtuig na te doen. En dan wijzen naar de lucht. Vaak leiden dat soort gesprekken tot misverstanden. Die zijn meestal grappig maar ze kunnen ook de geschiedenis veranderen. Zo liet Cortés, toen de Spanjaarden in 1519 aan de Mexicaanse kust arriveerden, een lokale bewoner aan boord hijsen en vroeg hoe de plaats heette waar ze zojuist waren aangemeerd. De Mexicaan zei toen ‘Ma c’ubah than’ maar Cortés verstond ‘Yucatan'. En zo kwam dit schiereiland aan zijn nieuwe naam, zo bleek in de jaren ’70. Taalkundigen bestudeerden toen Indiaanse dialecten en kwamen tot een ludieke ontdekking: ‘Ma c’ubah than’ betekent ‘Ik begrijp uw vraag niet’.

Dit soort voorbeelden heb ik niet van Ladakh, al zou ik mijn tent niet zo snel opzetten bij Camping Swastika.

De wandeling door de Sham vallei is fantastisch en soms pittig. Hier en daar worden we getrakteerd op een veel te steile klim waar gids Otsal geen enkele moeite mee heeft. Hij groeide op in een dorp op bijna vijf kilometer hoogte. Nu lopen we op zo’n 4000 meter en verkeren zijn longen in sluimerstand. Die van mij niet. Otsal deed een aantal maanden geleden mee aan een lokale marathon. Hij had te grote schoenen, was nauwelijks getraind maar kwam in Leh (op 3500 meter hoogte) na vier uur en een beetje over de streep. Hij had er flink de pee in. Dat moest de volgende keer toch echt een half uur sneller.

Na een moordende klim zit ik uit te puffen en schrik me wezenloos als ik een enorme knal hoor. De Chinezen komen, denk ik, en heb direct de camera in aanslag om het begin van de derde wereldoorlog vast te leggen. Helaas blijft het spektakel uit. Wegenbouwers brachten een stuk bergwand tot ontploffing om een nieuwe verbindingsweg aan te kunnen leggen. De explosie vindt recht boven het wandelpad plaats, waar we een half uur geleden liepen. Ik vraag me af wat er met de wandelaars achter ons is gebeurd maar Otsal beweert dat die keurig zijn geïnformeerd en moeten wachten totdat de kust weer veilig is. Ik heb werkelijk niets gezien wat het verhaal van Otsal kan bevestigen en zie ook gewoon de kleine menselijke stipjes over het wandelpad daar beneden bewegen. Het is ver weg, maar ik meen doodsangst te zien. Het is ook niet niks. Je bent lekker onderweg, neus omhoog in de frisse berglucht maar dan volgt een reusachtige knal en zie je een rotsblok ter grootte van een volwassen potvis op je af komen.

We gaan ook naar Alchi Gompa, een kloostercomplex van bijna 1000 jaar oud. De buitenkant van de kloostergebouwtjes is weinig indrukwekkend maar het interieur is verbijsterend mooi. Vooral de prachtige, gedetailleerde muurschilderingen. De krakende vloeren die al sinds de elfde eeuw monnikenvoetjes van splinters voorzien, de kleurrijke maar vaak lugubere beelden, de kratten met spullen die tegen de oude fresco's zijn aangeflikkerd… Pardon? Jawel. Tegen een paar van de historische meesterwerken staan kratten met troep. Ook een bezem. Boven aan de muren zie je de schade die het lekkende dak heeft aangericht, hier en daar is een spijkertje dwars door een van de kunstwerken getikt en het pleisterwerk waar de historische schilderingen op zijn gemaakt staat hier en daar gewoon bol. Een struikelende toerist kopt hier zo 25 vierkante meter aan 1000 jaar oude fresco naar beneden. Alle aanwezigen zijn hier de olifant in de porseleinkast.

Ons laatste verblijf bij een homestay is het leukst. Dat ligt niet aan het huismijtparadijs waar we in slapen maar aan de levendige familie.

Ook de medegasten zijn bijzonder. Een van de drie Franse gasten verschijnt ’s ochtends in een wit Jezus-gewaad aan het ontbijt als hij terugkomt van zijn ochtendgebed in het plaatselijke klooster. De monniken daar moeten onder de tafel hebben gelegen van het lachen. Ladakh herbergt veel van dit soort spirituele warhoofden.

In de homestay was er geen westerse wc maar een composttoilet. Dat is een gat boven een hok. Als dat hok is volgepoept, gaat er een deksel op en heb je een jaar later schitterende mest en potgrond. Van harte aanbevolen.

Voordat het diner geserveerd wordt, krijg ik een Ladakhs theater voorgeschoteld. Met een kop zoete thee met melk bekijk ik hoe de kleinkinderen de grootste lol met elkaar en met de huiskatten hebben. Het is een kabaal van jewelste in de kamer. Dat komt ook omdat een klein TV-tje op zijn hardst staat terwijl het de minister-president Modi laat zien die iets heel belangrijks vertelt. Toch wordt er regelmatig overgeschakeld naar een kanaal waarop te zien valt hoe je met een heel lullig tangetje elke denkbare stalen constructie kunt demonteren. Het tangetje kan ook in Afghanistan geleverd worden. Opa is de rust zelve. Hij is een echte opa met een bordeauxrode opa-trui aan. Hij doet echte opa dingen. Hij bidt, murmelend, draait het gebedswiel in de rondte met de linkerhand en bladert door het heilige boekje met de rechter. Ondertussen breken de kinderen de tent af. Voor me wordt een kat uit elkaar getrokken terwijl het kleinste poesje niet geheel vrijwillig circuskunsten leert. Een peuter met een half vloerkleed in zijn mond wordt door een andere peuter rond gesleept en houdt daar hoogstwaarschijnlijk blijvend rugletsel aan over. De wat grotere jongens slaan elkaar lens met een pollepel en een kleiner jongetje heeft uit elke lichaamsholte een keukenattribuut steken. Dan grijpt opa in. Een korte maar stevige stemverheffing en een boze blik zijn genoeg. De kleintjes kruipen bij opa op schoot en zijn binnen de kortste keren de rust zelve. Ondertussen serveert moeder een voedzame maaltijd. Opa bidt nog even door en hypnotiseert zo de kindjes die hun kinderwangetjes leeg kwijlen op zijn warme bordeauxrode trui. Niks zo lekker als tegen je opa aankruipen. Wat een heerlijk thuis.

Featured Posts
Recent Posts
Archive
Search By Tags