Bob en Henk in Swaziland

Al scrollend door mijn fotobibliotheek kwam ik een foto van deze lobbes tegen. Ik heb de foto destijds ’Henk’ genoemd. Waarschijnlijk omdat dit exemplaar over verschillende uiterlijke karakteristieken van een gemiddelde Henk beschikt.

Ik was reisleider bij de toen nog redelijk grote reisorganisatie Baobab en mocht een Zuid-Afrika reis begeleiden. Ik zou de kleine groep na een bezoek aan Kruger ook in Swaziland het een en ander laten zien. Met een beetje geluk kwamen we in een fraaie accommodatie in Hlane National Park terecht, waar van alles te doen was. Met een beetje pech werd het een spartaans onderkomen in een schrale omgeving met veel levensgevaarlijk wild. Het werd spartaans en schraal.

Omdat de groep na anderhalve dag begon te klagen over een totaal gebrek aan actie, besloot ik toch maar – en tegen alle adviezen in – een voetsafari te organiseren.

Niet zo gek veel later dan het afgesproken tijdstip stond onze gids gereed. Bob. Bob had een kort broekje en een kaki safaribloesje aan. Ik gebruik verkleinwoorden aangezien Bob 1.43m was. Bob had ook een stokje mee. Dat vond ik raar want de mannen die onze canvas tenten bewaakten waren bewapend met Kalasjnikovs. Bob moest ons met een stokje tegen de big five beschermen.

Na een uurtje wandelen door de bush hadden we al aardig wat Afrikaans wild gespot maar Bob was vooral geïnteresseerd in de diverse uitwerpselen die we tegen kwamen. Daar stond hij dan met zijn stokje in te peuren. Neushoorndrollen, aldus Bob.

En jawel hoor. Bob stopte, maant ons tot zwijgen en we kijken met zijn zevenen een neushoorn in de pupillen. Henk. Op niet meer dan vijf meter afstand wiegt een slechtziende Afrikaanse witte neushoorn van zo’n 2,5 ton op zijn mollige pootjes heen en weer en probeert in te schatten wat er nou precies tegenover hem staat. We moeten dicht bij elkaar blijven want dan denkt Henk misschien dat hij met een formidabele tegenstander te maken heeft. Achter me laat een doodsbang groepslid een windje. Henk en Bob horen dat ook. Bob schopt in het zand om te zien hoe de wind staat. Het lot is ons gunstig gezind: Henk zal het pikante angstwindje niet ruiken.

Het hele tafereel duurt zo’n zes minuten en geeft alle aanwezigen de tijd om elk mogelijk rampscenario te bedenken. Aan de mimiek van Henk is weinig te bespeuren. Is hij bang? Boos? Of is het bronstijd en wordt hij mateloos opgewonden van onze aanwezigheid? Ik moet er niet aan denken om met een botergeile neushoorn op de hielen naar mijn canvas tent te hollen. In alle opzichten een hachelijke en kansloze onderneming.

Na de zinderende zes minuten waggelt Henk door en besteedt geen aandacht meer aan ons. Iedereen ruikt naar zuur paniekzweet. Bob ook.

Dag Henk.

Featured Posts
Recent Posts
Archive
Search By Tags
Follow Me
  • Instagram Social Icon
  • LinkedIn Social Icon
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square

All images & content © 2004-2018 Pol Rijnders